|
|
Vada Varia, nr. 5 2004 |
|
|
Lichtjes over het water De weersverwachting
was niet zo best: buien op z’n minst en ook
waarschijnlijk wel wind,want in een bui waait het meestal flink. Dat is niet
bevorderlijk voor de fakkels, want die zijn normaal al moeilijk brandend te
houden in de (geringe) snelheid waarmee wordt gevaren. Wat is er aan de hand?
Sluiting van het seizoen voor de mooiweervaarders
zoals ik er een ben en die sluiting gaat gepaard met een geïllumineerde
vaartocht door de haven die dan weer besloten wordt met een mosselmaaltijd. Enkele
dagen voorafgaand aan het gebeuren moet er bedacht worden welke verlichting
moet worden aangebracht en wat daar voor nodig is en op de dag zelf moet het
een en ander in en aan de boot worden aangebracht. Toen ik die zaterdagmiddag
daarmee doende was begon het zachtjes te regenen. Daar had je het al.
Waarschijnlijk zouden de fakkels dus wel kunnen worden afgeschreven en met
dat water op alle draadjes die weer uit doosjes ontsprongen waarin
batterijtjes zaten, waren de vooruitzichten voor een ongestoorde elektrische
verlichting bepaald niet gunstig. Maar ja, een glaasje witte wijn aan de bar
doet wonderen en ziedaar, het wordt weer droog. Na het
‘palaver’ haasten we ons naar de boot, ontsteken de verlichting, die
enigszins onwillig maar dan toch doet wat ervan verlangd wordt, en gooien
los. In de beschutting van de havenkom blijft alles aan en omdat er geen wind
is wordt de weerspiegeling van de verlichting van de andere schepen min of
meer in het water verdubbeld. Langzaam formeert zich de stoet van bijna
twintig schepen en vaart statig de haven uit naar stuurboord, richting Rijn
voor het terras van het clubhuis langs. Hoe het er daarvandaan uitziet blijft
voor ons gissen want wij zijn druk met kijken hoe het er van ons standpunt
uit uitziet en met het weer aansteken van fakkels die toch weer uitwaaien en
het verleggen van verlichting om een beter effect te krijgen. We blijven
binnen de haven en draaten over bakboord de
industriehaven in: een lang lint van verlichte schepen. De
kano’s, die nooit verstek laten gaan varen tussen de schepen door met
allerlei aparte lichteffecten, van groene staven tot een met knipperlicht
verlichte parasol. Doordat zij geluidloos varen met grotere snelheid dan de
andere schepen wordt hun optreden nog geheimzinniger. In de zwaaikom wordt
gekeerd en na nog een vaart langs het terras van het clubhuis wordt de haven
weer opgezocht. Het was toch best sprookjesachtig. Als de landvasten weer
geharpt zijn en de verlichtig
gedemonteerd wordt het dekzeil over de boot gebracht. Daarmee doende begint
het te regenen. We hebben dus echt geboft met het weer. In het
clubhuis aangeland is er de mosselmaaltijd al begonnen. En wat voor maaltijd!
Salades, sausen en mosselen in overvloed en wéér zo lekker. Ik vind ze ieder
jaar lekkerder dan het vorige jaar en ik ken iemand die helemaal niet van
mosselen houdt, maar op deze avond er twee bakken van soldaat gemaakt heeft.
Tot verhoging van de algemene vreugde vindt de prijsuitreiking plaats aan de
schippers die deze keer weer iets heel bijzonders van de illuminatie hebben
gemaakt. De avond vliegt om en het seizoen komt zo tot een fraai en smakelijk
besluit. |
|
|
|
|
|
|