Vada Varia, nr. 5 2004

 

 

Henk vertelt

Deel 2

 

Henk de Jager, een prominent havenlid, is niet alleen bekend door zijn activiteiten voor VADA. Hij is ook een boeiend verteller. Met een bewogen vaarverleden. Over het beroep van sleepbootkapitein. En over zijn vader en opa die dat ook waren.

 


Henk de Jager / Peter Burghouts


 

Aflevering 2: Pa de Jager.

 

De vorige keer is al wat verteld over een reis die de vader van Henk tijdens de 1e wereldoorlog maakte naar Indië en terug. Met een zeilend koopvaardijschip, een driemast schoener. Een soortgelijk schip als hier afgebeeld.

 

Vervolg van de vorige aflevering: “M’n vader probeerde ook wel wat te handelen. Maar daar was ie niet zo goed in. Hij ging eens, het zal in Batavia [i] geweest zijn, de wal op en kocht een mooi bedrukt kleed. Batik of zo. Toen ie ermee op de boot kwam wilden zijn maten ook wel zo’n kleed. Hij weer terug om er nog een stuk of wat te halen. Terug aan boord grote consternatie. Ze zagen dat er een merk in stond van een fabriek in Deventer. Ik weet niet meer welk merk maar een heel bekend textiel merk toentertijd. Hij dus op hoge poten terug met die kleden. Kwaad natuurlijk. Maar die baas waar hij ze gekocht had liet ‘m alles in dat bedrijf zien. Dat hij niks te verbergen had. Die kleden kregen ze wel onbewerkt uit Nederland maar juist hier, in zijn bedrijf in Batavia, werden ze op de originele Indische manier bedrukt. Helemaal geen oplichterij dus. Ja, toen wilden ze ze wel hebben natuurlijk.

Hij vertelde ook dat hij zich zo geneerde over de riksja’s, toen ze daar in Indië lagen. Om in zo’n ding te zitten als gewoon mens, om niks te doen en door een ander mens te worden getrokken in je karretje.

 

Ja. Nog zo’n verhaal over z’n handel. Op de terugreis ergens in Brits-Indië [ii], of misschien Ceylon [iii], had hij wat kleine ruwe diamanten gekocht. En toen ze weer hier waren wilde hij er eentje laten slijpen voor een ring of broche voor zijn zuster. Nou hebben ze er daar, bij die Amsterdamse diamantslijper, natuurlijk wel misbruik van gemaakt, maar voor dat slijpen vroegen ze zoveel dat hij er al z’n steentjes voor moest geven. Hij was alles weer kwijt.

 

Van de terugreis is me ook nog bijgebleven dat hij zo enthousiast vertelde over dat zeilen met dat schip. In de Middellandse Zee kregen ze een staartje van een zware storm mee. Ze kwamen een bekend groot passagiersschip tegen dat naar Indië ging. Ik weet niet meer welk, wel zo’n bekende grote oceaanstomer. Het was zo erg dat dat schip lag te steken [iv] omdat ie anders niet meer kon manoeuvreren. En zij, met die driemaster voeren eigenlijk zonder veel problemen op zeil door. Voor de wind dan. Daarna is het in één keer bladstil geworden. Nou, als zeiler weet je dat wel. Een gruwel voor zeilers op groot water. Een zee met een nog zware deining terwijl er geen zuchtje wind meer in de zeilen stond om het schip stabiliteit te geven. Ze kregen die golven terwijl ze stil lagen - ze zullen wel dwars gekomen zijn - en ze hebben toen zo verschrikkelijk liggen slingeren, zoveel slagzij iedere keer van bakboord naar stuurboord en andersom gemaakt, dat een doos met fossielen, wat schelpen en (zee)sponzen die m’n vader in zijn kooi had staan op een of andere manier in de bovenkooi aan de andere kant terecht is gekomen. Die kooien waren in de zij van het schip gebouwd. Twee hoog daar. In een klein schip kan je je zoiets nog wel voorstellen. Maar in zo’n driemastschoener… !

 

Maar ja, toen ie na die reis terug in Nederland kwam werd hij door de marechaussee van boord gehaald en moest toch in dienst. Hij kwam als soldaat in Amsterdam terecht. In Kattenburg, in de tijd van het broodoproer. Daar moest ie broodkarren bewaken die van de bakkerij naar een kazerne gingen. Ze hingen wel grote sloten aan die karren, maar ja, hoe ging dat? De wijk waar toen de havenarbeiders in Amsterdam woonden, Kattenburg, was nog beruchter dan de Zeedijk. Kan je je voorstellen? Van die meiden. Van dat rauwe door de wol geverfde soort uit Kattenburg. Nou, die trokken zich nergens wat van aan, hadden hun eigen manieren. Ze trapten rotzooi, gooiden de karren om, trapten de ontluchtingsroosters die er onder in zaten d’r uit, jatten het brood en gingen er vandoor.

Afijn: hij kwam voor de Krijgsraad. Waarom hij niks gedaan had. Zijn verdediging was eerlijk. Maar misschien niet zo verstandig: “Ik mag niet schieten, ik mag niet steken met de bajonet. Dan moet u me eens vertellen hoe ik dan moest optreden?”

Antwoord: “Met uw militaire uitstraling. Met uw gezag als soldaat des Konings.”

Hij had daarop nogal sarcastisch geantwoord: “Ja ja. Militaire uitstraling, soldaat des Konings. Ja. Probeert u dat maar eens in Kattenburg.”

Dat had hij dus beter niet kunnen zeggen. Hij kreeg als antwoord: “U bent een nietswaardige nietsnut” en drie maanden strafkamp. Het stak ‘m erg. Hij had het als soldaat toch al heel moeilijk. Sympathie voor het “gebroken geweertje” [v], geen enkel geloof in wat ie deed daar als militair. Maar hij móést. Hij was nogal onder de indruk van Domela Nieuwenhuis [vi]. Soldaat des Konings sloeg dus niet zo aan. Maar ja… hij was eigenlijk echt antimilitarist. Wel sympathie voor verzet, maar tégen gewapend verzet.

Het was een wilde tijd en riskant toen: oorlogstijd, veel politiek oproer, voedseltekorten. Ja, en dat ook ín het leger waar de soldaten klaagden over het feit dat zij geen fatsoenlijk eten kregen (aardappels) en de officieren wel. Dus ook bijna oproer binnen het leger…”

 

- Wordt vervolgd -

 

 

 



[i] Het huidige Djakarta.

[ii] Voor de jongere lezers: Bedoeld  wordt Nederlands Indië, dat is ongeveer het huidige Indonesië maar zonder Timor en Irian Jaya (het westelijke deel van Nieuw Guinea).

[iii] Voor misschien ook vooral de jongere lezers: Ceylon is de oude naam voor het huidige Sri Lanka. Brits Indië voor ongeveer het huidige India + Pakistan en Bangladesh.

4 “Steken” is een term uit de oude zeilvaart. De techniek wordt overigens ook gebruikt in de moderner zeevaart. Het komt er op neer dat men probeert de storm te doorstaan en het gedrag van het schip te beheersen door zo recht mogelijk tegen de storm en de zee (golven) in te varen. Het tegenovergestelde dus van “voor top en takel weglopen”.

5 Het gebroken geweertje was in het Nederland van vóór de 2e wereldoorlog min of meer een symbool voor pacifisme; het verzet tegen de toepassing van militaire middelen.

6 Natuurlijk overbodig, deze noot. Zoniet: Domela Nieuwenhuis: ex predikant en later een van de belangrijke voormannen van de socialistische beweging einde 19de, begin 20ste eeuw. Van belang bij dit verhaal is dat Nieuwenhuis ook een rol speelde in ‘het hongeroproer’ en oplevingen daarvan als ‘het broodoproer’ in de (oorlogs- en schaarste)jaren 1916 tot 1918 in vooral Amsterdam. Hij droeg de monarchie zeker geen warm hart toe.