|
|
Roeien, nr. 723, december 2004 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Veilig roeien in de winter Nu het water weer echt koud is
zullen we als roeiers extra aandacht moeten geven aan de kans op omslaan of
zinken en de gevolgen daarvan. Hoe kunnen we de kans daarop verkleinen? Hoe snel
kunnen we in zo'n noodgeval weer uit het water in de
boot of op de kant komen? Welk gevaar dreigt er als we te lang in koud water
of koude lucht verblijven? Chris van Winden De kans op omslaan of zinken Hier is bepalend
in welke boot je gaat roeien - alleen of in een groep - , op welk water, met
welke ervaring en onder welke weersomstandigheden. Veel
verenigingen hebben aparte bepalingen voor het roeien in de winter;
bijvoorbeeld dat of alleen de jeugd of alle leden niet in gladde skiffs weg
mogen, dat wil zeggen niet als solo-roeiers. De
kans op omslaan is immers bij dit boottype het grootst, maar ervaring telt
hier ook sterk mee. Wie niet veilig kan roeien in een skiff, moet het in de
winter niet doen.
Het is verstandiger
om in de wintermaanden in grotere boten te varen; hoe meer riemen er in de
boot zijn, hoe kleiner de kans op omslaan. Daarbij is een enkele snoek of
openspringende dolklep nog niet meteen fataal. Ook bestaat voor alle boten de
regel dat je minder snel omslaat als je bij situaties als rondmaken dit doet
zonder naar voren op te rijden. Hoe dichter de
handen bij elkaar blijven (bij scullen), hoe
kleiner de kans op omslaan. Op rustig
water bij goed weer is het ook gunstiger dan op een stromende rivier of bij
flinke wind of drukke scheepvaart. Voor al deze omstandigheden gelden aparte
regels, die per vereniging zullen verschillen. Het water uit Valt een
roeier in het water, dan moet hij daar in de regel in deze tijd van het jaar zo
snel mogelijk weer zien uit te komen. Overmatige afkoeling van het lichaam
moet voorkomen worden. Boven water is het zeker nog niet veilig: de kans om
snel uit het water te komen is groter, als je makkelijk
uit de boot komt, als je dicht bij de oever bent, als die oever niet te
steil/hoog is en als je hulp van anderen kunt krijgen. Om snel
uit de boot te kunnen komen is de voetenbordconstructie
van belang. Klassieke voetenborden met leren kappen of voetriemen geven in de
regel geen problemen en bij roeischoenen moeten goede hielbanden aanwezig
zijn. Bij wedstrijden is er strenge controle op dit veiligheidspunt, maar
het gevaar bij trainingen of recreatief roeien is eigenlijk veel groter. Merkwaardigerwijs
wordt er in de wedstrijdreglementen geen eis gesteld aan de maximale lengte
van de hielbanden. De enige eis is: 'men moet zonder
gebruik van de handen uit de boot kunnen komen'. Een eis dat de
hielband bijvoorbeeld maximaal acht centimeter lang mag zijn, lijkt vrij
logisch, daar je al een acrobaat moet zijn wil je met een nog langere
hielband daarvan nog profijt hebben.
Er wordt
al steeds meer geroeid met de zogenaamde flex-voetenborden,
afkomstig van de ergometers. Het voordeel hiervan is dat ze makkelijk in hoogte verstelbaar zijn. Maar een groot
nadeel bij de uitvoering met open hakken is dat je er niet uit kunt komen
zonder de handen te gebruiken. Dit zijn dus gevaarlijke voetenborden
! Hielbanden helpen daarbij niet. Er is gelukkig een uitvoering van dit flex-systeem beschikbaar
met dichte hiel. Dit in combinatie met een hielband is wel veilig. Helaas
zijn de systemen van de verkopende firma's nog niet uitwisselbaar, door een
net wat andere maatvoering, zodat een snelle vervanging van alle onveilige flex-voetenborden toch wat meer (veiligheids)geld
kost. Als je
eenmaal los bent uit de boot, kun je met of zonder de boot naar de oever
zwemmen. Dan scheelt het natuurlijk of je op een smal
vaarwater bent of ergens midden op een plas of meer. In het laatste geval zul
je er zeker profijt van hebben, als je roeit met een geschikt zwemvest aan.
Als de oever te ver weg is, luidt het alge meen
advies om niet te gaan zwemmen, maar juist zo weinig mogelijk in het water te
bewegen. Daarnaast geldt: hoe meer je uit het water blijft, hoe beter.
Daardoor koel je minder snel af. Het scheelt dus, als je (gedeeltelijk) op of
in je boot kunt klimmen. Veel verenigingen organiseren regelmatig cursussen
in 'omslaan en inklimmen' in skiffs. In de
winter is het beter om wat dichter bij de oever te roeien en om stukken met
rechte kades te vermijden. Met een coach/instructeur langs de kant ben je
altijd veiliger dan in je eentje. Onderkoeling Er zijn
diverse fasen van onderkoeling. Men
spreekt van onderkoeling, wanneer de lichaamstemperatuur beneden de 35 graden
is gedaald. In fase een gaat het om rillen, bleek zien, uitputting, verlies
van coördinatie, verwardheid c.q. sufheid, snelle hartfrequentie
en snelle, diepe ademhaling. Er zijn
tabellen voor overlevingskansen van zwemmers in het water, waarbij altijd
gemeld wordt dat het om zeer ruwe schattingen gaat. Zie hierboven een deel
van zo'n tabel, van de KNRM,
vermeld om het belang van voldoende kleding te benadrukken.
Waarschijnlijk
gaat het in de tabel om getallen voor als men niet gaat zwemmen maar doodstil
'kleingemaakt' in het water blijft liggen. Wie in roeikleding gekleed midden
in de winter naar een oever gaat zwemmen, moet die dus wel ruim binnen de
negen minuten kunnen bereiken om te kunnen overleven. Houd er ook rekening mee dat
je in het koude water aanzienlijk minder snel zwemt dan normaal in het zwembad. Het is
beter om in de winter meer kleding te dragen en vooral verscheidene lagen.
wat natuurlijk ook geldt als men gewoon roe it
zonder omslaan, want ook als roeier of stuur kun je bij lage temperatuur en
wind/regen/hagel/sneeuw met het ver schijnsel
onderkoeling te maken krijgen. Laten we
ook deze winter vooral lekker doorroeien 'zolang het niet echt vriest'. Maar
denk wel aan de bovengenoemde risicofactoren. . Chris van Winden is lid van de Commissie Veiligheid van de KNRB, die bezig is met een meer algemeen
rapport over veiligheid. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|