Veiligheid

 

 

Gekapseisd op de Rijn

 

 

Half maart 2000 ben ik met een boot van Vada omgegaan op de Rijn ([1]). Dat is goed afgelopen, hoofdzakelijk omdat de voorzienigheid wilde dat het op een plaats gebeurde waar hulp letterlijk onder handbereik was ([2]). Geschrokken ben ik niet, want dat me dit eens zou overkomen, was voor mij een gegeven. Maar juist omdat het (alweer) allemaal zo goed is afgelopen, vermoed ik dat menigeen (weereens) lachend z'n schouders zal ophalen over het behalen van een nat pak onder allerminst zomerse omstandigheden. Zo'n nonchalance is mijns inziens niet helemaal gerechtvaardigd.


Janhein Loedeman

31 maart 2000, enigszins aangepast 20 december 2006


 

De commentaren die ik heb gehoord na afloop van mijn onvrijwillige bad, maken duidelijk dat mijn visie op materiaal en veiligheid met betrekking tot het roeien op de Rijn niet stroken met de gangbare mening die leeft binnen de kring van roeiers waarin ik verkeer. Voor mij vormde dat een goede aanleiding om de gedachten waarmee ik al enige tijd rondloop op papier te zetten voor de Vada Varia. Het ongeval zelf, dat ik schriftelijk heb gemeld bij het bestuur, blijft buiten beschouwing omdat ik mijn medelotgenoten niet in een discussie wil betrekken waaraan zij geen behoefte hebben.

 

Op het Slotermeer met in gedachte het Wolderwijd

Mijn eerste deelname aan de 24-uurs Elfsteden-roeitocht (2003), die traditiegetrouw in het weekeinde na Hemelvaartsdag plaatsvindt, zal me nog lang heugen. Halverwege gaat de route bij het ochtendgloren over het Slotermeer. Bij een wind van 5 Beaufort of meer wordt die etappe omgeleid over beschut vaarwater. Het was die dag 'slechts' 4 Bft met de wind schuin tegen. En dat bleek voldoende om bij iedere golf een fikse hoos water in de C2+ te krijgen. Als stuurman had ik uiteraard de verantwoordelijkheid voor het bedienen van de lenspompen. De elektrische pomp weigerde dienst omdat, zoals pas in Sloten  bleek, een vorige ploeg de batterij had losgekoppeld. De mechanische voetpomp deed ook niets omdat er een knik in de aanzuigslang zat die er op het water met geen mogelijkheid was uit te krijgen. Dus was het hozen of vollopen. M'n ploeggenoten Frank en Ber roeiden en hoosden afwisselend. Voor hen was het kompleet afzien, want het werd een kwestie van erop of eronder. We hebben het gered, maar het was letterlijk 'kantje boord'. Dat zij liever een ervaren stuurman tegenover zich hadden gezien, besefte ik heel goed, maar echt op me gekankerd hebben ze niet. Die geslaagde oversteek heeft me tot een fervent deelnemer aan deze tocht gemaakt.

Hoewel ik toen niet echt bang ben geweest, heb ik daar midden op dat meer wel beseft wat ons boven het hoofd hing als de boot plotseling zou vollopen. Het was niet koud, maar het water was nog koud genoeg om onderkoeld te kunnen raken met alle eventuele gevolgen van dien. Een vaartuig dat hulp had kunnen bieden was nergens te bekennen. Andere ploegen zouden niets anders voor ons hebben kunnen doen dan alarm slaan in Sloten.

Daar midden op het Slotermeer moest ik bij herhaling denken aan de ramp die zich eerder had voltrokken op het Wolderwijd tussen Harderwijk en Zeewolde. Dat water ken ik op m'n duimpje, want ik heb er jaren gewindsufd; tegenwoordig doe ik dat op de Grevelingen omdat daar meer wind is. Bij meer dan 4 Bft staan er op het diepe gedeelte van het Wolderwijd steile windgolven die omstreeks een halve meter hoog kunnen zijn. Als je daar met een C4 in verzeild raakt, heb je geen schijn van kans meer om roeiend de wal te halen. Langs de oever tussen Harderwijk en Nulde is het water echter nog geen meter diep en dus kunnen zich daar ook bij veel wind geen golven vormen die te hoog zijn voor een C4. Bovendien kun je daar in het water gaan staan en een volle boot even leeg kiepen.

Uit hetgeen ik over dat ernstige ongeluk op het Wolderwijd in de pers heb gelezen, meen ik het volgende te kunnen reconstrueren. Twee C4+ ploegen uit Zeewolde waren naar Harderwijk geroeid. Die dag gold voor de middag een windwaarschuwing voor een aanwakkerende ZW-er tot 5 Bft. Toen de beide ploegen uit Harderwijk vertrokken, viel het met de wind blijkbaar mee, want anders was al dadelijk gebleken dat een korte oversteek tegen de wind over het diepe water niet meer verantwoord zou zijn. Een van de twee ploegen is aan die korte oversteek begonnen. De andere ploeg nam de veilige omweg langs de oever naar Horst tegenover Zeewolde en hoefde daar alleen de honderd meter brede vaargeul over waar de golven bij een ZW wind van opzij komen. Pas toen deze ploeg als eerste aankwam in Zeewolde (naar mijn inschatting na ongeveer anderhalf uur) werd duidelijk dat er met de andere boot iets mis moest zijn. De rest is bekend. Toen die andere boot werd gevonden waren drie roeiers al verdronken. De andere twee werden zwaar onderkoeld gered; daarvan is een vierde alsnog overleden.

 

Roeien is geen windsurfen, maar toch...

Het is terecht een blijk van onkunde als roeiers te water raken; en dus zeldzaam. Maar de consequentie van die zeldzaamheid is dat menig roeier niet kan beseffen wat het betekent om geregeld bij veel wind in koud water te liggen in de wetenschap dat je volledig op jezelf bent aangewezen. Een windsurfer, ook een hele goede, ligt met grote regelmaat in het water. Een windsurfuitrusting is op die omstandigheden afgestemd. Essentieel is het voorkomen van onderkoeling, alleen al omdat je anders bij veel wind binnen de kortste keren de kracht niet meer hebt om nog op je plank te kunnen komen en blijven.

Als ik door m'n windsurfbril het materiaal aanschouw waarmee we als roeiers in de winter bij winderig weer doodgemoedereerd de Rijn opgaan, doet me dat denken aan autorijden in de jaren vijftig: veel enthousiasme maar weinig oog voor veiligheid. Zo begrijp ik bijvoorbeeld niet dat de stuurman een 'zwemvest' moet dragen maar de roeiers niet. Dat is vergelijkbaar met een veiligheidsriem (of airbag) voor de bestuurder van een auto maar niet voor zijn medepassagier(s). Als je onverhoopt te water raakt, houd je zolang je bij je positieven blijft heus je neus wel boven water. Zodra je echter fiks onderkoeld raakt, heb je daarvoor niet meer het benul. Dus moet een reddingsvest je neus boven water brengen als je dat zelf niet meer kunt. Of de vesten die Vada beschikbaar heeft, aan die eis voldoen, durf ik niet met zekerheid te beweren, maar op z'n zachts gezegd weet ik het niet helemaal zeker ([3]). Ik was overigens blij dat ik bij Lexkesveer niet zo'n ding van Vada om had, want uit ervaring weet ik dat je daarmee nauwelijks nog kunt zwemmen. Dit alles neemt niet weg dat ik een fervent voorstander ben van het verplicht dragen van een deugdelijk reddingsvest voor een ieder die bij bepaalde omstandigheden de Rijn op gaat. Bij voorkeur is dat een reddingsvest dat geen belemmeringen oplevert bij het zwemmen zolang je geen extra drijfvermogen nodig hebt. Zulke vesten zijn van een zelfopblaasbaar type, dat daartoe is uitgerust met een gaspatroon ([4]). Ze zijn ondermeer in gebruik bij wedstrijdzeilers; ook menige Elfsteden-ploeg is er inmiddels mee uitgerust ([5]).

Een veiligheidsmaatregel die voor een stuurman zeker zin heeft, is het dragen van een neopreenpak dat surfers dragen, liefst van het waterdichte type. Voor de roeiers is dat waarschijnlijk veel te warm, maar ik zal eens de proef op de som nemen. Minder ingrijpend is het dragen door roeiers van een nauwsluitend neopreen vest op het blote bovenlijf. Zo'n vest draagt weliswaar nauwelijks bij tot het voorkomen van onderkoeling zolang je in het water ligt, maar boven water scheelt het wel een stuk. Voor roeiers geldt dat zij zo snel mogelijk het water uit moeten, en (liefst) de boot weer in. Daarmee kom ik op het volgende veiligheidsaspect: de boot.

 

Traditie is prachtig, maar veiligheid gaat voor alles

Met jalousie heb ik naar de nieuwe skiffs en naar het andere moderne gladde materiaal staan kijken. Die boten kunnen gewoonweg niet vollopen. Als je bent omgeslagen, kom je er niet of nauwelijks meer in, maar een volgelopen boot blijft nog wel met de boorden boven water. Deze boten zijn min of meer recht van voor tot achter, dus zonder zeeg. Bij het C-materiaal en de houten wherries ([6]) is dat totaal anders. Die hebben een fikse zeeg, een doorbuiging van het vrijboord tussen voor- tot achtersteven. Bij een volgelopen boot van dit type zit het vrijboord onder water en is hozen zinloos. Deze boten zijn mijns inziens niet geschikt voor omstandigheden waarbij de kans op vollopen reëel is.

Op de Rijn kan bij een matige westen wind en een sterke stroming plaatselijk een hectisch en onvoorspelbaar patroon van steile golven ontstaan, ook als een vrachtboot allang voorbij is. Zo'n situatie trad de week na mijn schipbreuk op; en dit was beslist niet de enige keer. Als we voor de tweede week achtereen waren volgelopen, zou me dat niet hebben verrast.

In iedere C-boot die de Rijn opgaat, zou zoveel extra drijfvermogen behoren te zitten([7]) dat bij plotseling vollopen de boorden weer boven water komen als de bemanning van boord is gegaan. Dan kan er ook midden op de rivier worden gehoosd. (Dus moet er bij ieder bankje een geborgd hoosvat zitten.) Vervolgens kunnen de bemanningsleden al hozend de een na de ander weer aan boord gaan.

Het zou echter zinvoller zijn om een stap verder te gaan door boten aan te schaffen waarvan de boorden bij vollopen ook boven water blijven als de bemanning aan boord blijft. Zulke boten bestaan, maar als ik juist ben geïnformeerd, past dit type boot niet in het aanschaffingsbeleid van de vereniging.

 

Tot slot

Het lijkt mij niet verantwoord om roeimateriaal te gebruiken onder omstandigheden waarop dat materiaal niet is afgestemd. De consequentie van het huidige aanschaffingsbeleid zou behoren te zijn, dat er voor het roeien op de Rijn aanvullende veiligheidsmaatregelen van kracht worden. Gezien de vloot waarover Vada nu beschikt, zou dit betekenen dat ’s-winters het roeien op de Rijn zou moeten worden beperkt.

Moeten we de eigen veiligheid overlaten aan de individuele verantwoordelijkheid van de roeileden die met elkaar in een boot willen stappen? Het antwoord op die vraag laat ik in het midden.

 

 

 

 

 

 

 



[1] jhl 2006: de Fuut, met Leo op slag en Rob aan het roer.

[2] jhl 2006: het insteekhaventje aan de zuidoever van Lexkesveer.

[3] Jhl 2006: na Annet’s hachelijke avontuur weten we nu dus zeker dat die zwemvesten ondeugdelijk zijn.

[4] Jhl 2006: indien je niet wilt dat na 1-2 minuten de gaspatroon automatisch afgaat, moet je de chemische ‘ontsteker’ verwijderen.

[5] Jhl 2006: met ingang van dit jaar heeft de organiserende vereniging van de 11-stendentocht (De Wetterwille) het dragen van een zelfopblazend reddingsvest verplicht gesteld voor de etappes die over open water gaan.

[6] Jhl 2006: nadien zijn twee moderne wherries aangeschaft die geschikt zijn voor wild water.

[7] Jhl 2006: er zijn roeiverenigingen die deze eis in het veiligheidsbeleid hebben opgenomen.